Het
is mijmeren op het mos
in slaap vallen onder olmen
ontwaken in de ochtendmist
de rijm op gagel ontwaren
en luisteren naar de merel
die de nieuwe dag bezingt
Het is hangen in de zengen
van een ruige noordwester
voorovervallen in het zand
weer opstaan en de veren
strekken gestaag opgaan
als een vlieger in de wind
Het is dolen door de regen
verdwalen op gods dreven
verlaten paden zonder zon
onverwacht getroffen zijn
door een hartelijke lach
en twee onbevangen ogen
Het is huilen in de kelder
krabben aan wat kalk en
de waterdruppels tellen
eenzaam zijn en voldaan
of weer dromen van wat
nippen aan wat lippen |