-I-
ffffft –
ffffft – ffffft – ffffft
-II-
Op fluwelen zolen komt
ze aan
als onontgonnen ochtendlicht
een zuchtje wind onder deuren
golvend tule dansend tarlatan
Zwijgzaam laat zij zich
liggen
als lome morgendauw over het
in slaap verzonken landschap
de zwarte roodstaart ontwaakt
díwi diwi diwi
diwi díwi
díwi diwi diwi diwi díwi
díwi diwi diwi diwi díwi
‘Blijf zo maar liggen
lieverd’ zeg ik zacht
|
-III-
Zij is het nakende onbedegen
nog
niet bedongen onversneden leven
díwi diwi diwi
diwi díwi
díwi diwi diwi diwi díwi
Zij is de blinde bij het
bokkende
kalf in de wei de bottende boom
díwi diwi diwi
diwi díwi
díwi diwi diwi diwi díwi
Zij is de hemel bezwangerd
met
stuifmeelpollen populierenpluis
díwi diwi diwi
diwi díwi
díwi diwi diwi diwi díwi
Zij is het stormig wassende
dons
de van zaad berstende jongeling
díwi diwi diwi
diwi díwi
díwi diwi diwi diwi díwi
díwi diwi diwi diwi díwi
díwi diwi diwi diwi díwi
Ze is de zwellende loot
het prille
groen de eerste aarzelende zoen |
-IV-
Als een onweer in de verte
slaat de rammelaar de balts
op zijn bonte oorlogstrom
de specht zijn roffels wijl
de rode mieren moorden
eenden elkaar snaterend
verkrachten en kinderen
stil en eenzaam springen
díwi diwi diwi diwi díwi
De smaragdgroene rug
de bloedrode buik weer
de dodelijke dans in het
overdadige verenschild
díwi diwi diwi diwi díwi
|
-V-
Maar ook haar koele tederheid
die mij ontbloot het glazen oog
dat mij ontleedt de zachte hand
van een godin die mij ontvouwt
‘Blijf zo maar liggen
lieverd’ zegt ze zacht
|